Verstoten door mensen, opgevoed door honden

Af en toe lees je zo’n verhaal, van een kind dat opgroeide bij de wolven of bij mensapen. Het zijn spannende romans, soms zelfs waargebeurde verhalen. Dit is ook zo’n verhaal. Het gaat over Dennis.

Dennis heeft het Syndroom van Down. Overdag is hij alleen met zijn drankverslaafde oma. Zijn vader vertrok toen Dennis geboren werd en zijn moeder is overdag van huis om wat geld te verdienen. Hij gaat niet naar school en niemand speelt met hem, want kinderen als Dennis horen er niet bij in Moldavië. Ze worden verstopt en uitgesloten. Overdag let niemand op Dennis, niemand zorgt voor hem. Bijna niemand. Want als hij buiten eenzaam ronddoolt, deelt hij het erf met de waakhonden die op het huis letten. Valse monsters zijn het, die grommen en bijten. En die valse waakhonden zijn de enigen die op Dennis letten. En het zijn ook zijn enige speelkameraadjes – ze voeden hem op en leren hem zijn mannetje te staan.

Je vraagt je af hoe het zo ver heeft kunnen komen met Dennis. Want hij heeft een lieve moeder, Maria, die veel van hem houdt. ‘Hij is niet gezond. Laat hem hier achter, hij zal vast snel sterven,’ zei de arts tegen haar nadat hij geboren was. Maar Maria nam haar zoon mee naar huis en zoals veel ouders in haar situatie, stond ze er alleen voor. Ze wist niet hoe ze haar zoon de juiste zorg moest geven. Uit schaamte verstopte ze hem.

Op artsen en therapeuten kan Maria niet terugvallen, die helpen alleen als je steekpenningen aanbied. Volgens de wet heeft Dennis er recht op naar school te gaan; maar de schooldeuren zitten potdicht voor hem. De leraren weten niet hoe ze kinderen als Dennis les kunnen geven, scholen zijn onderbemand en niet aangepast. Er is een steile trap naar de schooldeur en het toilet is een gat in de grond: ontoegankelijk voor kinderen met een beperking. En als Maria haar zoon meeneemt naar de kerk wordt de priester boos: ‘hij hoort hier niet, zo’n kind is een vloek van God’. Maria wordt zo moedeloos van alle weerstand tegen haar zoon.

Gelukkig gaat Dennis nu naar het dagcentrum ‘Nieuwe hoop’; daar speelt hij met kinderen als Dana. Toen Dennis er voor het eerst kwam, bleek uit alles dat hij opgegroeid is tussen de honden. Hij had geen sociale vaardigheden en gedroeg zich als een hond: hij blafte en gromde. Maar wat is het fantastisch om te zien hoe hij in het centrum leerde praten en contact maken!

Er is nog een lange weg te gaan voordat kinderen als Dennis erbij horen in Moldavië. Maar er is hoop! De eerste stappen worden gezet: bevlogen organisaties openen dagcentra en geven voorlichting aan ouders en kerken. Wetten zijn aangepast, nu de scholen nog. Dennis is een sociale jongen geworden en zijn moeder is trots op hem – dat bewijst maar weer eens dat er ontzettend veel mogelijk is.

Met uw bijdrage van € 40,- kan een kind met een beperking ruim een week naar de dagopvang.

Lees ook het verhaal van Valerica
``Moet ik Valerica alleen thuis laten?``