
"Er was geen tijd meer om nog iets mee te pakken."
In september 2023 viel Azerbeidzjan de Armeense enclave Nagorno-Karabach binnen. Er volgde een oorlog van slechts 24 uur. Maar in die 24 uur stond het leven van alle inwoners op z’n kop. Er sloegen 120.000 mensen op de vlucht waarvan 30.000 kinderen.
Eén van die kinderen is de 12-jarige Sofya. “Ik moest alles achterlaten. Mijn vriendinnen, al het speelgoed, mijn slaapkamer en onze boerderij…”
Zoals ieder kind had ook Sofya dromen. ‘Later dan ga ik…’ Die dromen zijn achtergebleven in een land dat niet meer bestaat. “We moesten opeens vluchten. Er was geen tijd meer om nog iets mee te pakken. Papa stond al klaar met de auto en we reden meteen weg.”

Alle zekerheden uit Sofya’s leven verdwenen. Er kwam onzekerheid voor terug. Waar gaan we heen? Waar gaan we wonen? Kan ik daar naar school? Zou ik wel vriendinnen krijgen? Heeft papa straks een nieuwe baan? Niemand kon haar vragen beantwoorden. En naarmate haar woonplaats verder achter haar kwam te liggen, werd de angst in haar hart steeds groter.
“We wonen nu met z’n zessen in een heel klein huurhuis. Papa werkt in het buitenland, ik mis hem heel erg! Mama was lerares, maar ze is haar baan kwijt. Ik zie haar soms huilen en dat vind ik heel naar. Daarom doe ik dan extra klusjes voor haar zodat ze weer blij wordt.”
Ondanks haar angst en onzekerheid kwam Sofya in Armenië mensen tegen die haar met veel warmte ontvingen. “Vooral de mensen van het dagopvangcentrum waar ik samen met mijn broer naartoe ga. Ik wilde er eerst niet heen want we kenden niemand. Maar nu heb ik nieuwe vrienden gekregen en wat nog belangrijker is: ik heb God leren kennen. Mijn leven is echt veranderd.” Haar donkere ogen stralen. “Met de medewerkers praat ik over mijn zorgen en de vragen die ik heb. Zij zijn zo lief voor ons!”
Sofya’s toekomst en die van haar ouders blijft onzeker. Dat beseft het meisje maar al te goed. Een nieuw bestaan opbouwen in een totaal vreemd land valt niet mee. “Toch droom ik van een toekomst waarin de zorgen van papa en mama weg zijn en ik kan studeren.”