29 juni 2017

Tatik – Werkbezoek Armenië dag 2

Tatik en Papik, Oma en Opa, zo heet onofficieel het monument wat uitgegroeid is tot een belangrijk nationaal teken voor de bevolking van Nagorno-Karabach. Officieel heet het: “Wij zijn onze bergen”.

Nagorno-Karabach

De 4-daagse oorlog is iets meer dan één jaar geleden. Toen ontbrandde de strijd weer om Nagorno-Karabach. Tussen het Armeense leger en Azerbeidzjan. We bezoeken dat grensgebied. Onze telefoons melden dat we al in Azerbeidzjan zijn, omdat het Armeense leger ook een soort buffergebied buiten Nagorno-Karabach heeft bezet, of bevrijdt zoals zij het noemen, wat officieel Azerbeijdzjan is. De onderlinge verhoudingen zijn zó kapot, dat de predikant die ons begeleidt, de Azerbeidzjaanse naam voor de hoofdstad Stepanakert, niet over zijn lippen kan krijgen.

De drie “oma’s”

We bezoeken drie “tatiks”, drie bejaarde vrouwen die deelnemen aan het winterprogramma. Nu is de temperatuur uiteraard nog erg hoog. Maar dat is in de winter anders. Ze hebben alle drie een krachtige uitstraling. Één vrouw die we bezoeken bestuurt als een matriarch de andere familieleden die bij haar inwonen of in de buurt wonen. Ik zie daar het “Wij zijn onze bergen” duidelijk in terug.

We horen dat de economische situatie langzaam aan wat verbeterd. Hoewel twee van hen recent nog snel wat spullen hebben moeten pakken en gevlucht zijn voor de oplaaiende oorlog in het grensgebied. De Armeense overheid steunt de regering van Nagorno-Karabach in het weer repareren van de huizen die door beschietingen zijn vernield. Terwijl we haar bezoeken wordt bij één “tatik” het dak van haar huis vernieuwd. Zij is weer naar dit grensgebied teruggekeerd. “Wij zijn onze bergen”. Krachtige persoonlijkheden maar ook verknocht aan hun bergen.

De (Armeense) overheid investeert fors in het gebied. Je krijgt hier bijvoorbeeld meer kinderbijslag dan in Armenië. Recent is er een prachtig groot nieuw hotel in Stepanakert uit de grond gestampt, met alles er op en er aan. Als je een landbouwbedrijfje wilt beginnen, krijg je van de overheid (Azebeidzjaanse) grond voor niets. Je moet alleen een klein bedrag aan belasting betalen.

Weemoed

Toch hoor ik weemoed in haar stem doorklinken als ze antwoord op mijn vraag hoe het vroeger was. Ze vertelt dat ze in de jaren ’60 in Bakoe gestudeerd heeft. Daar een Azerbeijdzjaanse vriendin had die wel eens maaltijden voor haar betaalde. Of over dorpen met overheersende Armeense bevolking en andere dorpen met Azerbeidzjanen, die zeer vredig samenleefden en met elkaar samenwerkten en handel bedreven. Ja, zelfs met elkaar trouwden.

Papiks

Die waren deze reis minder zichtbaar. Wat moet je jezelf als man soms ook zo ongelooflijk te kort voelen schieten, als je niet in staat bent voor je eigen vrouw en kinderen te kunnen zorgen. Soms word ik zó moe van die stomme oorlog. Tóch goed dat we daar ook als Kom over en help present zijn!!

Rijk

Lees ook de eerste blog van het werkbezoek in Armenië
Want de armen hebt u altijd bij u en wanneer u wilt, kunt u hen weldoen.