25 augustus 2017

“Ook Nederland kan afglijden naar Oost-Europese toestanden”

De manier waarop mensen in Oost- en West-Europa tegen het leven en de samenleving aankijken, verschilt nogal. Wat zijn de oorzaken en hoe ga je ermee om? “Je kunt niet alles op de rekening van het communisme schrijven”, zegt Jacques Bazen.

De val van de Muur in 1989 ligt alweer bijna dertig jaar achter ons. De een staat nog helder voor de geest wat er destijds gebeurde, de ander zegt het totaal niets. Voor een organisatie als Kom over en help is het belangrijk te weten wat er met het IJzeren Gordijn en het communisme wordt bedoeld en wat dit met de mindset van de bevolking deed. Vandaar een interview met Oost-Europadeskundige Jacques Bazen (38), een Nederlander die met zijn Russische vrouw Irina en dochtertje Sophie in het Duitse Gronau woont. Hij is docent internationale economie bij hogeschool Saxion in Enschede en geeft vier keer per jaar twee weken les aan de Moscow State University. Hij weet dus van de hoed en de rand. “Ik maakte de val van de Muur mee als tienjarige. Ik begreep niet alles, wel dat er iets unieks in de wereldgeschiedenis gebeurde. Het beeld van al die mensen op de Berlijnse muur heeft me nooit meer losgelaten”, zegt Bazen, die onder meer de overgang van de communistische planeconomie naar de vrijemarkteconomie bestudeert.

Hoe definieert u communisme?

“Het communisme is een sociale, politieke en economische ideologie die is gebaseerd op de geschriften van Karl Marx en Friedrich Engels (negentiende eeuw). In hun tijd waren er grote verschillen tussen arm en rijk. Ze wilden dat oplossen met de herverdeling van de welvaart en afschaffing van vormen van privébezit en erfrecht, zodat de welvaart eerlijker verdeeld zou worden over een klasseloze samenleving.”

Op zich best een nobel streven toch?

“Zeker, en daarom was het logisch dat veel mensen dit een interessant alternatief vonden voor het systeem waarin ze zaten, zoals dat van de tsaren in Rusland, waar nog een soort slavernij heerste. De lijfeigenschap werd in de hervormingen van 1861 officieel afgeschaft, maar in de praktijk verbeterde er weinig. Er kwam een revolutie en in Rusland greep Lenin de macht, later Stalin. Dat bracht niet de bevrijding van de arbeiders, maar een dictatuur.”

Volgens u is niet alleen het communisme schuldig aan de ellende in veel Oost-Europese landen.

“We zijn te snel geneigd de problemen in heel Oost-Europa op het conto van het communisme te schrijven. Er ligt namelijk een hele geschiedenislaag onder die bepalend is geweest voor hoe de landen er nu voor staan. Die oudere geschiedenis speelt een belangrijke rol om de mentaliteit in de verschillende landen in Oost-Europa te begrijpen. Voor de meeste landen in Oost-Europa duurde het communistische systeem niet meer dan zo’n 40 jaar, dus minder dan één generatie.”

Hoe ziet de oudere geschiedenis er dan uit?

“Na de Tweede Wereldoorlog greep Rusland de macht in andere Oost-Europese landen die voorheen tot het Habsburgse of Duitse rijk hadden behoord: onder andere Oost-Duitsland, Polen, Tsjechië, Hongarije en Roemenië. De landen die onderdeel waren geweest van dat Habsburgse rijk hadden in 1989 een veel betere uitgangspositie dan bijvoorbeeld Georgië, Armenië, Moldavië en de Centraal-Aziatische republieken die deel uitmaakten van de voormalige Sovjet-Unie. Zij hadden altijd al minder vrijheden en minder welvaart gekend, wat de mentaliteit van de bevolking stempelde. Dat verschil kun je goed zien in Roemenië, waar een grens dwars door het land loopt. Enerzijds Transsylvanië en anderzijds Moldavië en Oltenië. Transsylvanië is veel verder ontwikkeld dan Moldavië en Oltenië en kan beter aanhaken bij de wereldeconomie, Boekarest uitgezonderd dan.”

Wat zijn de kenmerken van die mentaliteit?

“Het Russische tsarenrijk bijvoorbeeld, maar ook het Ottomaanse rijk in Zuidoost-Europa bood weinig ruimte voor innovatie en individueel ondernemerschap. Het had een absolutistisch autocratisch bestuur, en een kleine elite slokte de welvaart op. Daar kwam in Oost-Europa het communisme overheen: geen privébezit, en individueel ondernemerschap en innovatie werden niet beloond. Dat alles bij elkaar verklaart de passieve houding van mensen. Zij redeneren als volgt: ‘Nou ja, waarom zou ik mijn best doen als alles wat ik doe in feite wordt afgenomen? Het maakt me niet zoveel uit. Waarom zou ik me inspannen, mijn best doen? De corrupte hoge heren in de politiek stelen het toch.’ Dat zijn oorzaken van de houding van lethargie en passiviteit en de neiging om jezelf terug te trekken op je familie en misschien enkele goede vrienden die je in ieder geval kunt vertrouwen. Ik noem dat de mentaliteit van low trust, die je vandaag in veel landen tegenkomt. De mensen hebben angst, en vertrouwen de ander niet. Dat is ook waarom samenwerken mislukt. Er is een duidelijke win-lose-mentaliteit: er zijn beperkte middelen en als jij ergens van profiteert, dan verliest een ander. Dat je door ondernemerschap en samenwerking juist meer middelen kunt creëren, is iets wat men daar niet kent, omdat de samenleving nooit zo is ingericht geweest.”

Was die mentaliteit in de Habsburgse landen dan beter?

“In de landen die onderdeel waren van het Habsburgse rijk (Oostenrijk-Hongarije) kon men terugvallen op de oude instituties en was het makkelijker om de omschakeling in 1989 te maken. Oostenrijk-Hongarije was al in de negentiende eeuw een relatief moderne staat, er was een functionerende bureaucratie (in de goede zin des woords), een overheidssysteem dat ervoor zorgde dat iedereen behandeld werd volgens dezelfde regels, en waar je promotie kon maken omdat je getalenteerd was en waar je niet voorgetrokken werd omdat je toevallig familie of een vriendje van de machthebbers was.”

Zijn er nog meer kenmerken waar je tegenaan loopt in Oost-Europa?

“Het immense verschil tussen stad en platteland. Tal van steden kunnen goed meekomen in de nieuwe situatie van de markteconomie en globalisering. Maar vanwege die oude mentaliteit zie je dat het platteland achterblijft. Daar is nog veel werk te doen om te bewerkstelligen dat mensen het gevoel krijgen dat het ertoe doet waarmee ze bezig zijn, dat ze zelfvertrouwen en zelfrespect krijgen. Ze zien echt wel dat zij met een paard en wagen het land moeten bewerken, terwijl de buurman een baan heeft bij die grote buitenlandse agrarische onderneming waar efficiëntie, grote machines en enorme opbrengsten de toon zetten. Nu nog leidt dat soms tot gevoelens van jaloezie en nationalisme van: laten we die buitenlanders eruit gooien. Ze zijn alleen maar hier om ons het brood uit de mond te stoten.”

Verschilt dat per land?

“Nogal. De Roemeense regering heeft tenminste nog het idee dat het platteland enigszins gemoderniseerd moet worden, zodat mensen een goed bestaan kunnen hebben. Er worden allerlei beleidsinstrumenten ingezet voor plattelandsontwikkeling. In andere landen komt dat nauwelijks of niet van de grond. Bijvoorbeeld Georgië, dat zeer westers georiënteerd is en neoliberaal op het gebied van armoede en plattelandsontwikkeling, doet hier bijna niets aan. En in het onmetelijk uitgestrekte Rusland zijn er weer gebieden waar dorpen worden opgeheven, zoals in Siberië. Een van de eerste dingen die je tegenkomt is de diversiteit in Oost-Europa. Zo is Wit-Rusland een dictatuur en Georgië een erg westers land. Vergelijk je Georgië met Armenië, dan zagen de twee landen er rond 1995 ongeveer hetzelfde uit: een redelijk corrupte regering die er voor eigen belangen zat. In Georgië werd de corruptie echter stevig aangepakt en ontstond in de steden een sterke economische groei. Armenië blijft achter en in dit land is corruptie een van de belemmerende factoren in de ontwikkeling.”

Hebben de mensen zicht op zichzelf?

“Jazeker, ze zien natuurlijk dat het in het Westen anders is. ‘Bij ons kan dat niet’, zeggen ze dan. ‘Tenzij we wachten op de nieuwe revolutionaire leider, de sterke man die zijn nek durft uit te steken, een soort messias die ons zal meenemen. Maar telkens worden we beschaamd en blijkt die nieuwgekozen verlosser weer een mens die net zo hard liegt en bedriegt.’ Ook jonge mensen zeggen dat er niet zoveel aan te doen is en zo blijven de oude structuren bestaan. Als je werk zoekt bij de overheid, moet je niet zelden een flinke som geld schuiven. Wil je politiecommissaris worden, dan betaal je duizenden euro’s om die baan te krijgen. Ook anderen zijn dan van jou afhankelijk. Maar het kan gebeuren dat je je baan kwijtraakt als de oppositie aan de macht komt, dus logisch dat je dan goed uitkijkt op wie je stemt. Op die manier blijft een heel systeem lang in stand, waarin mensen ontevreden zijn, maar denken: oké, het is niet goed, maar als ik op de oppositie stem, met name op een nieuwe kleine partij, dan weet je helemaal niet wat je krijgt. Deze situatie is niet fijn, maar het is in ieder geval stabiel.”

Wat betekent dit voor de aanpak van Kom over en help?

“Het loont om de armoede bestrijden met kleinschalige projecten op het platteland. Een van de dingen waarmee je de ingesleten patronage kunt doorbreken, is om mensen mogelijkheden te geven om een eigen inkomen te verwerven door middel van een stuk training en ondersteuning, zodat ze minder afhankelijk zijn van de corrupte overheid. De problemen zitten echter diep en het werk van Kom over en help vraagt een lange adem. Ik blijf geloven in de kracht van goede voorbeelden.”

Wat zijn handige tips en trucs om Oost-Europeanen te benaderen?

“Oost-Europeanen zijn mensen als wij. Dus in principe moet je ze gewoon met respect benaderen, zoals je dat ook met Nederlanders doet. De diversiteit in Oost-Europa is groot, maar doorgaans zijn het culturen waar het voor de lange termijn vooral gaat om de relatie tussen mensen, meer dan het snel een contract sluiten en direct zakendoen. Je moet beseffen dat het in de meeste Oost-Europese landen belangrijk is om eerst aan vertrouwen te bouwen, voordat je aan grote resultaten gaat denken. Stap voor stap dus. Hoewel… Rusland bijvoorbeeld is een groot land en mensen denken in het groot, daar moet je dan ook in mee. Wat helpt in de communicatie, is dat wij als christenen in Oost en West dezelfde taal spreken, namelijk de taal die grenzen en culturen te boven gaat, die van Gods Koninkrijk.”

Wat is de sleutel tot succes?

“De sleutel die tot succes leidt, is onderwijs. In heel veel rurale gebieden hebben de mensen weinig onderwijs genoten. Op scholen krijgen de kinderen niet het beste onderwijs. Als je daar wat aan gaat doen, heb je de helft van het probleem opgelost. De sterke ontwikkeling van sommige landen vind ik echt hoopgevend.”

Wat kunnen wij van Oost-Europa leren?

“Ik geef bij Saxion veel studenten vanuit Centraal- en Oost-Europese landen les, over wie ik denk: nou, als dat zo doorgaat, halen ze ons in! Zo gemotiveerd als ze zijn. Ik bespeur onder Nederlandse studenten vaak een zesjescultuur. Jammer dat velen van die buitenlandse studenten ervoor kiezen om hier te blijven, al begrijp ik dat heel goed. Het Nederlandse bedrijfsleven zit om dit soort hoogopgeleide technici te springen. En hier kun je je als ambitieuze jongere veel beter ontplooien. Alleen voor de landen van herkomst is dit soort braindrain niet gunstig.”

Wat hebt u zelf geleerd van Oost-Europa?

“Veel Oost-Europeanen zijn meester in het improviseren en het zoeken van snelle oplossingen – daar heb ik veel van geleerd. En ik begrijp niet waarom mensen hier op populisten stemmen die uit de EU willen. De Europese economische samenwerking heeft beslist veel goeds gebracht. Ik zou zeggen: rij eens met me mee naar Terespol, waar je regelmatig zes uur moet wachten om de grens van Polen naar Wit-Rusland over te mogen, dan ben je nooit meer tegen open binnengrenzen van de EU. Ik maak me weinig zorgen meer over kleine problemen sinds ik in Oost-Europa de grote, zware, structurele problemen tegenkom. Anderzijds ben ik misschien ook meer gefocust op dingen die te maken hebben met de afkalving van de Nederlandse staat. Vriendjespolitiek en achterkamertjesnetwerken zijn voor mijn gevoel zeer grote bedreigingen voor Nederland.”

Jacques Bazen is bestuurslid van de Stichting Vormingsactiviteiten Oost-Europa van de SGP, en van de European Christian Political Movement.