28 mei 2019

Kinderen helpen in Moldavië. „We zien dat ze meerdere keren opscheppen bij de maaltijd. Ze hebben honger”

Een knalgele kerk in Mateuti. Het kruis op de gevel is als een baken van hoop. In het opvangcentrum naast de kerk worden drie dagen per week ongeveer twintig kinderen opgevangen. Leden van de kerkelijke gemeente helpen als vrijwilliger de kinderen in het dorp.

Eén van de vrijwilligers is Elena. „De kinderen komen hier na schooltijd,” vertelt ze. „De meeste kinderen hebben het slecht thuis, soms zijn beide ouders weg. We zorgen dat ze eten krijgen, houden Bijbelstudies met hen en helpen ze bij het huiswerk.”

Broer en zus Alexandru (10) en Juliana (9) zijn vaste bezoekers in het opvangcentrum. „We hebben het redelijk goed thuis,” vertelt Juliana. „We wonen alleen met mama.”

Ze herhaalt het nog een keer. Alexandru kijkt doordringend uit z’n donkere ogen, maar zwijgt. Hij lijkt wat bang. Juliana praat makkelijker. Ze vindt het fijn dat ze geholpen wordt met het huiswerk en dat ze eten krijgen. „En we leren over Jezus en lezen uit de Bijbel.”

Elena luistert, glimlacht naar de kinderen. Even later vertelt ze het werkelijke verhaal: „Hun vader is alcoholverslaafd en was erg agressief. Hij sloeg z’n vrouw en de kinderen vaak. Ze zijn nu gescheiden, maar hij woont maar een paar straten verderop. Regelmatig komt hij in een agressieve bui weer langs. Vandaar dat Alexandru zo angstig is.”

Honger

Chriestien (8) komt hier al twee jaar. Meestal is hij samen met zijn oudere broer, maar die is vandaag ziek. „We wonen in een groot huis,” vertelt Chriestien over zijn thuissituatie. „Bij papa, want mama werkt in Israël. Papa werkt als houthakker in de bossen en kookt eten voor ons. En we hebben wat dieren die ik verzorg.” Wat hij fijn vindt aan de opvang? „We leren over Jezus, kunnen hier fijn spelen en maken ons huiswerk.”

Zijn moeder is in januari onverwacht vertrokken naar Israël, weet Elena te vertellen. „Ze was ineens weg, waarschijnlijk om …

Lees het hele artikel op de website van de GezinsGids

Foto’s: Pim van de Beek