9 maart 2019

De werkplek van Laurens Sok in Nijkerk

Laurens Sok (27, geboren in Amersfoort) is net terug van een reis naar Moldavië. ‘Dat is het armste land van Europa’, vertelt hij. ‘Een van de dingen die ik heb gedaan, is foto’s maken op een dagopvang. Daar krijgen kinderen de kans om na schooltijd huiswerk te maken, een warme maaltijd te eten en een bijbelverhaal te horen.’

Die dagopvang is tot stand gekomen door het werk van zijn werkgever: Kom over en help. Zo’n twee tot drie keer per jaar gaat hij op reis. De ene keer maakt hij foto’s voor campagnes, de andere keer neemt hij scholieren of jongeren onder zijn hoede.

Op zijn foto’s, bedoeld voor campagnes van Kom over en help, wil hij hoop bieden. Tegelijk wil hij niet voorbijgaan aan de schrijnende werkelijkheid. ‘Daarbij probeer ik de mensen zoveel mogelijk in hun waarde te laten.’

De organisatie, die zich richt op hulp aan kwetsbare gezinnen en kinderen in Albanië, Armenië, Georgië, Moldavië, Oekraïne en Oezbekistan, doet het werk vanuit een christelijke grondslag. Sinds vier jaar is Laurens hier medewerker online communicatie. Hij heeft een achtergrond in marketing & communicatie en HRM. ‘Hiervoor deed ik personeelsadministratie voor een supermarktconcern. Maar dat werk vond ik niet zo interessant.’

In de vacature voor zijn huidige werk trokken drie steekwoorden hem meteen aan. Namelijk online media, reizen en jongeren. ‘Ik wist gelijk: dit past bij me. Het is ook nog eens mooi dat ik door mijn werk andere mensen kan helpen.’

Hij is al een keer of tien op reis geweest. ‘Ik ben me nog bewuster geworden dat we het in Nederland echt heel goed hebben. Ik voel mijn roeping op zo’n reis. Dat is de zorg voor de naaste.’

Hij kan zo’n reis makkelijk loslaten. ‘Al kan het me enorm aanvliegen als het thuis koud is. Ik zet dan gewoon de kachel aan. Maar dan flitst er het beeld voorbij van een oude mevrouw in Armenië die dat niet kan.’

Hij is blij met zijn werkplek in Nijkerk. ‘Het is een fijn kantoor, met veel licht en ruimte. Ik ben niet kritisch, als ik maar een goeie stoel en goeie koffie heb.’

Bij zijn bureau hangt een grote canvas van een Albanees jongetje van een jaar of tien, de vuisten gebald. ‘Als ik daar naar kijk, weet ik: daar doen we het voor. Kinderen hebben nog een drive om iets van het leven te maken.’

Hij is even stil en zegt dan: ‘Het is geen hopeloos werk, al lijkt dat soms wel zo. We kunnen het verschil maken in een individueel leven en zo weer toekomst bieden.’

Dit artikel heeft ook in het Nederlands Dagblad gestaan.