10 december 2018

Anna: “Ik ben nu heel gelukkig”

Als je als kind eerst je moeder en daarna je oma verliest, en je blijft alleen op de wereld achter, laat dat sporen na. Het overkwam Anna uit Oekraïne. Ze werd ook nog eens op haar achttiende zwanger, waarna haar vriend haar verliet. Toch kan ze nu zeggen heel gelukkig te zijn. Ze leerde het in het ‘Huis van barmhartigheid’.

“Mijn naam is Anna Klishch. Ik ben in 1993 geboren in Vuglehorsk. Toen ik 10 jaar was, overleed mijn moeder. Ik was daar heel verdrietig over. Gelukkig kon ik bij oma wonen. Zij was m’n enige familie die ik nog had. Ik hield heel veel van haar.
Helaas was het maar voor een korte tijd, want mijn oma kreeg kanker en kon niet meer voor mij zorgen. Ik zal nooit meer vergeten dat ik door mensen die mij niet kenden en ik hen niet, werd meegenomen naar een weeshuis. Oma zei tegen mij: “Mijn lieve kleindochter, ik vind het zo erg dat je deze pijn moet ondergaan. Vergeef mij en je moeder dat we je alleen in deze wereld achterlaten.” We moesten allebei heel erg huilen.
Toen ben ik in een weeshuis terechtgekomen in Donetsk. Ik ging naar het voortgezet onderwijs en volgde een opleiding voor banketbakker.

Alleen en weerloos

Op m’n achttiende werd ik verliefd. Toen ontdekte ik dat ik zwanger was. Ik vertelde het mijn vriend. Hij wilde de baby niet en liet me in de steek.
Ik moest vreselijk huilen als ik dacht aan mijn baby. Ik vroeg me af hoe ik in deze wrede wereld met een baby kon overleven. Ik voelde me heel alleen en weerloos.
Maar… toen mijn kind geboren werd en ik m’n baby in mijn armen hield, was ik ontzettend gelukkig. Ik ben moeder van een zoon.

Rust en vrede

Maar hoe blij ik ook was met m’n baby, het ging niet goed met mij. Ik stond er helemaal alleen voor en wist niet hoe ik een kind moest opvoeden. De afdeling Sociale Zaken van de gemeente vertelde dat er een huis is waar alleenstaande moeders met hun kind kunnen wonen. En zo ben ik tweeënhalf jaar geleden in het ‘Huis van barmhartigheid’ komen wonen. Wat ben ik dáár gelukkig geweest en wat heb ik daar veel geleerd. Er kwam rust en vrede in mijn hart. Het huis voelde als mijn thuis. Ik leerde voor mezelf en de baby te zorgen en vond het fijn om anderen te helpen. Het was ook heel mooi om te horen dat de leiding van het huis vond dat ik zo ten positieve veranderde.
Twee jaar heb ik in het ‘Huis van barmhartigheid’ gewoond. Nu woon ik sinds een half jaar, samen met m’n zoontje, in een eigen flat(je) dat ik huur. Als mijn zoon op de kleuterschool is, ga ik werken.
Ik ben nu echt heel gelukkig. En… het mooiste wat mij is overkomen, is om moeder te zijn.”

In het ‘Huis van barmhartigheid’ wonen gemiddeld twaalf alleenstaande moeders met hun kind(eren) voor een periode van een half jaar tot maximaal twee jaar.
De achtergrond van deze jonge moeders is wisselend: sommige woonden in een weeshuis, zijn zwanger geraakt en kunnen daarom niet in het weeshuis blijven; andere hebben te maken met huiselijk geweld, waardoor ze niet thuis kunnen wonen.
In het programma dat deze moeders volgen, leren ze om de verantwoordelijkheid voor zichzelf en het kind te dragen. Er wordt geprobeerd het contact met de man en/of familie te verbeteren en de moeders volgen trainingen en opleidingen. Hiermee kunnen ze een baan vinden en zodoende in hun eigen levensonderhoud voorzien.