Ga direct naar


Kinderzorg Bulgarije

Naam en leeftijd: onbekend

tekst: Corina Schipaanboord, verschenen in EO Visie 46

 

Hoog weggestopt in de Bulgaarse bergen staat een huis voor gehandicapte kinderen. “Ze krijgen zelden bezoek en er is amper genoeg geld om hen te geven wat ze nodig hebben”, vertelt directeur Margarita Parmakova. Baba’s, gesponsord door stichting Kom over en help, geven liefde en persoonlijke aandacht aan deze behoeftige kinderen.

Ruim veertig minuten duurt de tocht over bochtige bergwegen vanuit de stad Dupnitza naar het kindertehuis in Gorna Kosnitza. Een oude man laat zijn ezel in de berm gras eten. Een paar kippen scharrelen langs de weg en hier en daar staan huizen. Het kindertehuis valt niet op en staat verborgen achter bomen. Luid knarsend gaat het hek open. Kinderen komen enthousiast aangerend en stoten allerlei Bulgaarse klanken uit, dolblij dat ze bezoek krijgen. “Do you have shoes?”, vraagt een jongetje aan Judy Ridgeway, zij werkt al vijftien jaar als ontwikkelingswerker in Bulgarije voor Bulgarian Child Inc. “De laatste keer dat we hier kwamen, deelden we schoenen uit. Daar waren ze dolblij mee”, legt ze lachend uit, terwijl ze een jongetje omhelst en een ander een aai over zijn bol geeft. “In de communistische tijd werd dit tehuis bewust ver van de bewoonde wereld gebouwd, om de ‘gekken’ weg te houden uit de samenleving. Het gevolg is dat de kinderen nooit bezoek krijgen.” Ze buigt zich weer over de kinderen en zingt een liedje voor hen. In het huis wonen 58 kinderen in de leeftijd van vijf tot en met 26 jaar. Van velen van hen is de leeftijd en hun oorspronkelijke naam niet bekend. De meeste kinderen zijn door hun ouders weggegeven aan de staat, omdat ze de zorg voor hun gehandicapte zoon of dochter niet zagen zitten. Het is nog nooit voorgekomen dat een van de ouders hun kind kwam opzoeken. In Bulgarije komen er per maand minstens honderd baby’s in het systeem van verstoten kinderen bij.

Bananen
Eén van de ijzeren deuren van het grote gebouw zwaait open. In het halletje erachter liggen twee luiers, vol met vliegen. In de ruimte die daarachter volgt, zit een aantal kinderen. Een donkerharig jongetje zit op een stoeltje en staart wezenloos voor zich uit. Ondanks de temperatuur van zo’n dertig graden draagt hij een donkergroene trui met lange mouwen. Hij is het doelwit van vele vliegen. Een andere jongen zit met ontbloot bovenlijf op een bank tegen de muur. Zijn broek is afgezakt. Een meisje beweegt continu met haar lichaam heen en weer. Haar ogen staan dof. Sommige kinderen zijn ernstig gehandicapt en leerden nooit communiceren. De ramen, of wat er van over is, zijn dichtgeplakt met plastic en plakband. Er hangt een akelige, zure lucht in het gebouw. Langs de muur staan een paar knuffels, maar veel speelgoed is er niet te bekennen. “Je moet je bedenken dat de situatie al enorm verbeterd is ten opzichte van de eerste keer dat ik hier kwam”, zegt Judy. “De houten vloer was doordrenkt met urine en overal zat schimmel op. We gaven de kinderen bananen en die aten ze met schil en al op. Simpelweg omdat ze nooit geleerd hadden hoe ze zo’n vrucht moeten eten.”

Rolstoel
Directeur Margarita heeft haar eigen kamertje in het gebouw. Tegen de muur staat een grote donkerbruine kast, waarvan een plank vol staat met video’s, zoals Babe, Bob the Builder, Tom & Jerry, Shrek en Winnie the Pooh. “Een groot probleem van dit tehuis, is dat het zo afgelegen ligt”, spreekt ze haar zorg uit. “De kinderen missen elementair contact met andere mensen, ze kunnen hier niet zomaar een wandeling maken of naar de film, er is geen school in de buurt en geen speeltuin. Verder is er geen mogelijkheid om ze specialistische zorg te geven.”

Bulgaarse niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) dwingen de overheid het huis te sluiten en betere huisvesting en programma’s voor de kinderen te regelen. Daarom wil de regering nu nieuwe gebouwen laten bouwen, waarin minder kinderen kunnen wonen, zodat het allemaal wat kleinschaliger wordt. Maar daar is niet genoeg plaats voor alle kinderen uit dit tehuis. Dus daarmee zijn de problemen nog niet opgelost. “Als dat doorgaat, wordt de subsidie die we krijgen nog lager en we krijgen al zo weinig”, spreekt de directrice haar zorgen uit. “Hiervan kunnen we de kinderen niet de hulp geven die ze nodig hebben. We namen hier zeven kinderen extra op en daarvoor krijgen we geen subsidie. Maar wat moeten we dan? Die kinderen op straat laten staan? Of ze terugsturen naar hun ouders die alcoholverslaafd zijn of psychische klachten hebben?”

Een ander probleem dat de ligging van het huis met zich meebrengt, is het werven van personeel. “Het openbaar vervoer is slecht, dus voor personeel is het ook lastig om hier te komen”, vertelt de directeur. “Bovendien zijn banen in de sociale sector hier de slechtst betaalde, dus dat is ook niet erg aantrekkelijk. Het werk is zwaar. We hebben een kind in een rolstoel en die moet ’s avonds naar boven getild worden.”

Baba’s
Margarita loopt mee over het terrein om een rondleiding te geven. Ze zwaait een deur open. In het vertrek is het een rumoer. Een meisje met het syndroom van Down zingt, een jongen zonder tanden huilt onophoudelijk. Andere kinderen zitten aan tafel te kleuren. Een man en een aantal oudere vrouwen met lange witte jassen houden de kinderen bezig. Bulgarian Child Inc en stichting Kom over en help uit Nederland sponsoren deze Baba’s (opa’s en oma’s). De stichting zette het Babaproject op vanuit de baptistengemeente in Dupnitza en bracht zo christenen in het staatstehuis. Drie keer in de week komen deze zogenaamde grootouders naar het tehuis, geven de kinderen aandacht en leren ze onder andere tekenen, zingen en schrijven. Stoina Kurumava Mitava is één van hen. Met haar grijze krullen en grote bril ziet ze eruit als een echte grootmoeder, ‘baba’. “Ik houd van de kinderen en wil ze met liefde helpen. Voor hen is het belangrijk om te weten dat er iemand echt geïnteresseerd in hen is. Het persoonlijke contact met de kinderen vind ik erg bijzonder. Aan het begin was het erg moeilijk, want sommige van hen zijn agressief, maar wij accepteren hen als onze eigen kinderen en zij accepteren ons. Agressiviteit was voor veel kinderen de manier van communiceren. Zelf zien ze geen andere manier, maar wij proberen die hen bij te brengen”, vertelt ze. “Ook leren we ze andere basisregels, zoals beleefdheid, oplettendheid en hoe ze naar elkaar kunnen luisteren. We zien duidelijk vooruitgang bij de kinderen. Toen we voor het eerst kwamen, liepen ze wat rond. Nu zitten ze netjes op hun stoel en is hun spanningsboog een stuk groter. Als we aan het einde van de dag weggaan, vragen ze: ‘Wanneer komen jullie weer?’. Ze genieten er dus duidelijk van als wij er zijn.” Judy geeft de baba’s trainingen, zodat ze daadwerkelijk de kinderen kunnen helpen. Ze krijgen een toelage voor hun werk, maar een salaris kun je dat niet noemen.

Adoptie
De meidenslaapkamer ziet er netjes en gezellig ingericht uit, in tegenstelling tot de jongenskamer. Daar staan enkel wat gammele bedden met dunne matrassen. Achter een andere deur ligt een meisje van negen in een ledikantje. Ze is ziek. Haar armen zijn onwaarschijnlijk dun. De kamer staat afgeladen met speelgoed, maar het meisje kan niets anders dan liggen. Zelfs haar laten de vliegen niet met rust. Op de rand van haar mond, die half openstaat, kruipt een vlieg. Margarita kietelt onder haar kin. Een klein glimlachje komt tevoorschijn.

Kinderen tot en met achttien jaar kunnen worden geadopteerd, maar tot nu toe is daar nooit belangstelling voor geweest. “Op het moment zijn we bezig om een meisje, dat inmiddels ouder is dan achttien, weer thuis te krijgen”, vertelt Margarita. “Als we kunnen regelen dat ze terug naar haar familie kan, zou dat voor ons een groot succes zijn. We doen ons best om de kinderen goed te verzorgen en wachten vol spanning af hoe het in de toekomst zal gaan met de plannen van de regering.”

Het grote hek knarst en schuift weer dicht. Kindergezichtjes duwen zich tegen de spijlen, hun mond roept en hun handen zwaaien. Wanneer zal weer iemand hun afgelegen woning bezoeken?

Steun dit project (91006)! Doneer online of machtig ons.


Samen dienen in Oost Europa


Snelkoppelingen