Geschiedenis
Vanaf 1974
In de vorige eeuw was de Sovjet-Unie lange tijd één van de twee supermachten in de wereld. De communisten hadden er de macht. Binnen het communistische gedachtegoed was geen plaats voor het christelijk geloof. Toch waren er heel wat Oost-Europeanen in het geheim christen. Onder hen leefde een sterke behoefte aan Bijbels en lectuur. Daarom begon Kom over en help in 1974 met het smokkelen van Bijbels, kinderbijbels en andere christelijke boeken naar de communistische landen achter het IJzeren Gordijn. Dat smokkelen was illegaal.
Val van het communisme
Na de val van het communisme eind jaren tachtig begon een heel nieuwe periode. Evangelisatie was niet langer verboden. De kerken en christenen waren vrij, maar in materieel opzicht waren ze arm. Het werk van de stichting verbreedde zich in de jaren na 'de Wende' dan ook. De communisten hadden geprobeerd alles wat met het christelijk geloof te maken had te vernietigen. Bijbels en christelijke lectuur waren bijna niet voorhanden en ook een nieuwe generatie predikanten met een gedegen theologische opleiding ontbrak. De harde leerschool van de vervolging had de meesten geestelijk rijk gemaakt, maar voor het voorgaan in en het leiden van een gemeente is een goede opleiding belangrijk. Toen de Oost-Europese kerken vroegen om lectuur, humanitaire hulp en na enkele jaren ook om financiële hulp bij de bouw van kerken, probeerde Kom over en help in deze behoeften te voorzien.
Ontwikkelingswerk
De jongere generatie in Oost-Europa, die verder af staat van het communisme, heeft nog wel te maken met de gevolgen ervan. De jongeren leren meer en meer eigen verantwoordelijkheden te dragen en zoeken steun op hun weg naar zelfstandigheid. Deze veranderende omstandigheden vragen van Kom over en help een andere benadering: ontwikkelingswerk werd een belangrijke doelstelling. Sinds 2007 heeft Kom over en help ook projecten in Eurazië (Georgië en Armenië). In 2009 werd de hulp aan Wit-Rusland afgebouwd.
Kind en gezin
De veranderingen in Oost-Europa gaan door. Er is een hang naar economische ontwikkeling. In 2007 traden Roemenië en Bulgarije toe tot de Europese Unie. De kerken in deze en andere landen hebben zich positief ontwikkeld en zijn nu minder aangewezen op westerse hulp. Daarom richt het werk van Kom over en help zich vanaf 2010 meer en meer op het bevorderen van het geestelijke en lichamelijke welzijn van kwetsbare kinderen en gezinnen. De relatie met de kerken en christelijke organisaties blijft: zij zijn partner in het opzetten van projecten voor de meest kwetsbare groepen.


