Albanië: Sporen van communisme in de samenleving
Albanië kent een turbulente geschiedenis en behoort binnen Europa tot de landen met de laagste levensstandaard. Van 1944 tot 1991 was Albanië een communistische volksrepubliek. Jarenlang was het land geheel geïsoleerd van de omliggende landen. In 1967 werd Albanië officieel tot atheïstische staat uitgeroepen. Tot 1990 waren alle moskeeën en kerken gesloten. Gelovigen werden tijdens het regime van Enver Hoxha zwaar vervolgd. Direct na de val van het communisme in 1991, toen de grenzen opengingen, is Kom over en help gestart met hulpverlening in met name Zuid-Albanië. Het communistische verleden heeft diepe sporen nagelaten in de samenleving. Armoede, werkloosheid, beperkte of geen toegang tot onderwijs en gezondheidszorg zijn algemene problemen in Albanië. Naar schatting heeft ongeveer 25% van de bevolking na de val van het communisme het land verlaten om elders hun geluk te beproeven. In 2010 woonden circa 3.6 miljoen mensen in Albanië, vooral gecentreerd in de grote steden. De Romabevolking heeft een minderheidspositie. Kom over en help richt zich in Albanië met de programma’s ‘dagelijkse levensbehoeften’ en ‘onderwijs’ vooral op de Romabevolking in Zuid-Albanië. Het programma ‘gezondheidszorg’ is in opbouw en is gericht op chronisch zieken en kinderen met een beperking.


